Steun ons en help Nederland vooruit

Sociaal domein

Sociaal domein

D66 zet in op gelijke kansen om mee te doen in de samenleving, op basis van ieders talenten en mogelijkheden, zowel economisch als sociaal. In het sociaal domein stimuleren we actief zelfredzaamheid en samenredzaamheid van bewoners onderling.

Met ingang van 2016 zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk geworden voor het Sociaal Domein. Hiervoor zijn drie wetten in werking getreden: Wet op de Jeugdzorg, Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Participatiewet.

Jeugdzorg

Eén van de grootste financiële problemen wordt veroorzaakt door de zogenoemde zwaardere Jeugdzorg. Wanneer er eenmaal een indicatie voor deze vorm van jeugdzorg gegeven is, is het moeilijk de kosten te beperken. Het is van groot belang dat de gemeente alles in het werk stelt om te onderzoeken of zware indicatie met beleidsmatige middelen voorkomen kan worden. Op alle terreinen van het jeugdbeleid, zoals onderwijs (denk aan onderwijsachterstandenbeleid en volwassen educatie), sociaal culturele vorming, sport & bewegen en gezondheidszorg moet actief beleid worden gevoerd.

Hierbij vindt D66 het van belang te onderzoeken of al bestaand beleid goed functioneert en mogelijk geïntensiveerd kan worden en of dit beleid voldoende bekend en toegankelijk is. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor toegang tot het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Stimuleren van samenwerking tussen verschillende instanties, maatwerk en inspraak en betrokkenheid van ouders moeten daarbij voorop staan. De gemeente zal zo voor rust en zekerheid zorgen opdat de doelgroep ook op de middellange en lange termijn kan rekenen op adequate jeugdzorg. Periodieke evaluatie blijft volgens D66 nodig om steeds te ontdekken waar verbeteringen mogelijk zijn.

Maatschappelijke ondersteuning

Op het beleidsterrein van de WMO blijkt dat de kosten voor maatschappelijke ondersteuning hoger uitpakken dan de verwachting was. De gemiddelde leeftijd van onze inwoners gaat fors omhoog. We moeten dus goed weten om te gaan met de vergrijzing. Nu ouderen – met beperkingen – langer in hun eigen woning blijven wonen zal er meer beroep gedaan worden op hulp van derden. Informele hulp, zoals  mantelzorg, is belangrijk, maar niet altijd voldoende. Naast het bieden van  professionele zorg vindt D66 het belangrijk om de betrokkenheid van ouderen te behouden en te vergroten. Ook zal aandacht moeten zijn voor hoe deze ouderen maatschappelijk betrokken kunnen blijven of worden. Daarbij is een belangrijk aandachtspunt de beleving van eenzaamheid. De volgende beleidsterreinen kunnen een belangrijk onderdeel zijn van gemeentelijk welzijnsbeleid: sociaal culturele activiteiten, sport & bewegen, gezondheidszorg (bijv. valpreventie, maar ook gezonde leefstijl). Ook hier geldt de noodzaak van bekendheid van en toegankelijkheid tot voorzieningen. De gemeente Sluis moet aan de burgers duidelijk communiceren wie waar voor welke ondersteuning (bv van Porthos) terecht kan.

Armoedebeleid

In het kader van deelname aan de samenleving is ook armoedebestrijding en voorkomen van negatieve gevolgen van armoede een belangrijke beleidstaak van de gemeente. Belangrijk is dat de gemeente in samenwerking met ketenpartners als scholen, woningbouwcorporaties, energiebedrijven, zorgverzekeraars aandacht heeft voor de financiële draagkracht en belasting van mensen, die zich – tijdelijk – in een financiële noodsituatie bevinden en beleid voert om huisuitzetting te voorkomen.

De Participatiewet

De participatiewet heeft tot doel alle burgers te laten participeren in de samenleving.

Gemeentelijk beleid zal erop gericht moeten zijn om schooluitval en dus lage of onvoldoende start-kwalificaties te voorkomen. Waar dit niet mogelijk is gebleken, kan volwassenonderwijs aanvullend zijn. D66 vindt het belangrijk te onderzoeken of dit effectiever georganiseerd kan worden bijvoorbeeld door stages en gesubsidieerde plaatsingsmogelijkheden bij bedrijven en overheid (Social Return on Investment, SROI).

Nu instroom in de sociale werkplaats (Dethon) niet meer mogelijk is, ligt er voor overheden een grotere verantwoordelijkheid en wettelijke taak om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. D66 is van mening dat de Zeeuws Vlaamse gemeenten hiervoor nog onvoldoende plaatsen realiseren. Mensen met een arbeidsbeperking moeten geen uitzondering (meer) zijn binnen bedrijven en gemeentelijke organisaties, maar een integraal deel kunnen uitmaken van de beroepsparticipatie.

Voor mensen met een aangeboren of verworven handicap/beperking zal het verkrijgen van  de noodzakelijke zorg een bestaanszekerheid moeten zijn, terwijl daarnaast iedere mogelijke vorm van actieve of passieve participatie gestimuleerd en ondersteund moet worden. Mensen met complexe problematiek moeten niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Een speciale aandachtsfunctionaris met beslissingsbevoegdheid moet in staat zijn om passend maatwerk te formuleren.

Het afgelopen paar jaar is de nieuwe wetgeving door gemeente Sluis goed ter hand genomen. Voor de toekomst kan de gemeente zich verbeteren op het sociaal domein.

De gemeente moet met haar bewoners communiceren over de mogelijkheden. Niet alleen door een artikel op de website te plaatsen maar door actief via de dorpsraden de bewoners bij het beleid te betrekken. De kernverantwoordelijke ambtenaar houdt spreekuur in de kernen, door structureel persoonlijk contact wordt er meer maatwerk voor de inwoners gerealiseerd.

Samenvattend is D66 van mening dat sturen op efficiëntie noodzakelijk is, maar niet voldoende. Belangrijk is om zodanig gemeentelijk beleid te ontwikkelen dat we uiteindelijk het principe ‘voorkomen is beter dan genezen’’ praktisch uitvoerbaar kunnen maken binnen het Sociaal Domein. Dit kan  voor bepaalde inwoners onder meer  worden gerealiseerd met levenslange coaching opdat cliënten de mogelijkheid en de ruimte krijgen om de eigen regie te behouden of terug te krijgen.

D66 gaat in Sluis op het gebied van Sociaal domein voor:

  • spreekuren van ambtenaren in de kernen om meer maatwerk te organiseren
  • communicatie met de inwoners met hulp van de dorpsraden.
  • preventie ter voorkoming van (zware) jeugdzorg moet voorop staan.
  • een actief ouderenbeleid gericht op vergroten van zelfredzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid met specifieke aandacht voor eenzaamheidsbeleving.
  • voor verdere ontwikkeling van het sociaal domein levenslange coaching vormgeven voor specifieke doelgroepen.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018